![]() |
||
VVD Eurofractie on-lineBijdrage aan debat AdRem, vrijdag 20 februari, door Elly Plooij- van Gorsel Stelling 1: De scheiding van kerk en staat is een noodzakelijke voorwaarde om individuele vrijheden te waarborgen. Het is een grote verworvenheid van de Europese geschiedenis waarin de Verlichting zo toonaangevend is geweest. Onze maatschappij kent basale waarden, voortgekomen uit de Christelijk/humane traditie (zoals de tien geboden). Normen worden daarvan afgeleid en vastgelegd in wetgeving en internationale verdragen. In Nederland vindt thans een debat over normen en waarden plaats. Overigens geen nieuw fenomeen: al sinds Plato wordt er gemopperd op de jeugd van tegenwoordig. Elke generatiewisseling gaat gepaard met maatschappelijke veranderingen die hun weerslag hebben op de oudere en jongere generaties. De noodzakelijke aanpassingen van mens aan maatschappij kennen doorgaans een zekere divergentie tussen deze generaties. Een debat over normen en waarden is dus niet misplaatst. In onze christelijk/humanistische traditie ontwikkelt het debat over normen en waarden zich met de tijd. Dit debat moet echter niet gebaseerd zijn op religie. Moraal en religie zijn twee gescheiden zaken: normen en waarden mogen niet vanzelfsprekend opgehangen worden aan of afgeleid worden van religie. In de Remonstrantse traditie wordt uitgegaan van ius naturalis , namelijk een aangeboren moreel besef bij ieder mens van goed en kwaad. Dit besef kan door verdere opvoeding verfijnd worden. Binnen het calvinisme echter is de kerk een machtsinstituut: uitgaande van de zondeval en erfzonde kan de kerk bemiddelen tussen god en mens om het heil te vinden. Als volgelingen van een kerk zich voegen naar deze institutionele inrichting en dat toepassen in hun dagelijks leven, is dat hun keus. Dat betekent niet dat politici op de stoel van God moeten gaan zitten. Politici mogen niet hun norm vanuit een bepaalde levensovertuiging opleggen aan de maatschappij. In West-Europa hebben we vele oorlogen gevoerd om onszelf van de kerk als machtsinstituut te bevrijden. Als politicus oefen ik mijn vak uit vanuit een bepaalde levensovertuiging. Mijn levensovertuiging is gedeeltelijk een exponent van mijn religie (remonstrants). Ik vind echter niet dat ik mijn religieuze waarden op dogmatische wijze moet toepassen in de politiek. Het debat in Nederland moet over normen en waarden gaan, niet over het geloof. Ik ben overigens ook faliekant tegenstander van het opnemen van een verwijzing naar het joods-christelijke karakter van Europa in de zogenaamde preambule van de nieuwe Europese Grondwet, waarin reeds de verwijzing naar culturele en humanistische tradities is opgenomen. De belangrijkste waarden waarop de EU berust, namelijk democratie, vrijheid van meningsuiting en mensenrechten, komen in het verdrag zelf al voldoende ter sprake. Ook hier pleit ik voor een duidelijke scheiding van kerk en staat
Artikel 51 hoort niet thuis in de Europese Constitutie Uit de scheiding van kerk en staat, waar de democratieën in Europa op gebaseerd zijn, vloeit automatisch de conclusie dat het huidige artikel 51 uit de ontwerpgrondwet, niet opgenomen kan worden in de Europese Constitutie. Dit artikel bepaalt dat de EU de rol van kerken in de lidstaten moet eerbiedigen. Lid 3 van het artikel bepaalt dat de Unie een open, transparante en regelmatige dialoog met kerken en religieuze organisaties moet hebben. Dit is volstrekt onwenselijk en niet nodig. Niet nodig, omdat artikel 46 van de ontwerpgrondwet al regelt dat de Unie een dialoog moet voeren met vertegenwoordigende instanties van de 'civil society', het maatschappelijk middenveld. De kerk is niet meer een vertegenwoordiger van de civil society dan een niet-gouvernementele organisatie zoals Greenpeace, of de FNV, consumentenorganisaties, de werkgeversvertegenwoordiging of het bedrijfsleven. Er is dus geen noodzaak voor een apart artikel in de Grondwet voor de kerk. Een verplichte dialoog door de Europese overheid met de kerk geeft de kerk bovendien dusdanig veel ruimte om invloed uit te oefenen dat het onrechtvaardig is voor de Europese burger. Vele Europese burgers kiezen bewust voor een scheiding van moraal en religie, van kerk en staat. Zij gaan ervan uit dat het besluitvormingsproces in Europa op transparante wijze gebeurt, in overleg met diverse betrokkenen zoals vastgelegd in artikel 46. Artikel 51 verstoort dat evenwicht. Zodra de kerk een aparte status krijgt binnen de institutionele inrichting van de EU en er verplicht een regelmatige dialoog plaatsvindt, maken andere organisaties daar ook aanspraak op. Stel je voor dat we regelmatige dialogen gaan onderhouden met andere organisaties (KvK, UEFA?). De R.K. -kerk heeft al een status aparte in de VN en ook dat is onterecht. Een volgende vraag is welk instellingen zich precies op de kwalificatie van kerk of levensbeschouwing mogen beroepen. De zorg van veel vrouwen is of dit artikel wel de verworven rechten van vrouwen op het gebied van seksuele zelfbeschikking en reproductieve gezondsheidszorg in Europa zal garanderen. Er bestaat een duidelijk lobby van conservatieve groepen uit Islamitische landen, de VS en het Vaticaan tègen deze vrouwenrechten. De vraag is of met de dialoog (lid 3 artikel 51) niet de reproductieve en seksuele rechten van de vrouw zullen worden opgeofferd ten behoeve van de eenheid van de kerk en de dialoog met de EU. Daarom is het noodzakelijk dat vrouwen hun krachten bundelen en nauwlettend de ontwikkelingen binnen de EU volgen opdat de IGC hun verwordenheden niet verkwanselt (Joke Swiebel) De strikte scheiding van kerk en staat hoeft kerken er niet van te weerhouden zich uit te spreken over bijvoorbeeld het politieke beleid ten aanzien van armoede en vluchtelingen.
|
||