VVD Eurofractie on-line

Spreekpunten Telecom Business Club
"Europa dwingt Nederlandse telecom en de kabel"

RAI Amsterdam, 17 april 2003
door Elly Plooij- van Gorsel

Het is mij een eer en een genoegen vandaag enkele woorden tot u te mogen richten. Als uw vertegenwoordiger in het Europees Parlement wil ik u graag deelgenoot maken van de ontwikkelingen in Europa op het gebied van de telecommunicatie en de invloed die vanuit de Europese Unie wordt uitgeoefend op de Nederlandse wet- en regelgeving op dit terrein.

Wat is er in Europa de afgelopen jaren bereikt?
Eén ding is zeker: dat telecom business is geworden heeft u aan Europa te danken. Het proces van geleidelijke openstelling van de Europese markt heeft tien jaar geduurd maar het heeft geleid tot de razendsnelle opkomst van de mobiele telefonie en een gigantische daling van telefoontarieven. Voor de duidelijkheid: de opening van de Telecommarkt in de afgelopen jaren is te danken aan het doorzettingsvermogen van het Europees Parlement, in samenwerking met de Europese Commissie. Het is nu zaak ook concurrentie op lokaal niveau te realiseren.

Wat is er op het gebied van Europese regelgeving?

1. Kaderrichtlijn: richtlijn inzake een gemeenschappelijk regelgevingkader voor elektronische communicatienetwerken- en diensten (2000)

2. Machtigingsrichtlijn: richtlijn betreffende machtiging elektronische communicatienetwerken- en diensten (2000)

3. Radiospectrum: beschikking inzake een regelgevingkader voor het radiospectrumbeleid in de EG (2000)

4. Toegangsrichtlijn: richtlijn inzake toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (2000)

5. Universele dienstrichtlijn: richtlijn inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken- en diensten (2000)

6. Richtlijn betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (13 december 1999)

7. Elektronische handel: richtlijn betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt, (juni 2000)

8. Duaal gebruik: verordening tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie bestemd voor civiel en militair gebruik (2002) (Encryptietechnologie etc.)

9. Auteursrechten: richtlijn betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (mei 2001)

10.Richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie: Richtlijn betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (juli 2002)

11.Belasting op elektronische diensten: Richtlijn tot wijziging, van de richtlijn mbt de regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde die van toepassing is op bepaalde diensten die langs elektronische weg worden verricht alsook op radio- en televisieomroepdiensten (2002)

Het Telecompakket bestaat uit de vijf richtlijnen over elektronische communicatie. Dit zijn: de Kaderrichtlijn, de Toegangsrichtlijn, de Universele dienstrichtlijn, de Machtigingsrichtlijn en de Privacyrichtlijn.

Een belangrijk uitgangspunt van de nieuwe richtlijnen is dat vanwege de toenemende convergentie van de sectoren telecommunicatie, media (waaronder omroep) en informatietechnologie er een gemeenschappelijk, uniform regelgevingskader moet komen voor alle transmissienetwerken en –diensten in deze sectoren.

De belangrijke doelstellingen van het Telecompakket zijn:
1. Bijdrage aan de ontwikkeling van de interne markt
2. Bevordering van concurrentie
3. Bevordering van de belangen van de Europese burgers

Het Europees Parlement is er door middel van dit Telecompakket in geslaagd de invloed vanuit Brussel op meerdere gebieden te vergroten. Dat is nodig, want nu zijn er 15 meer of minder geliberaliseerde markten in de lidstaten maar niet één interne markt.

Implementatie in Nederland
De implementatie van het Telecompakket dient uiterlijk op 24 juli 2003 te zijn gerealiseerd. Niet alle lidstaten zullen de implementatie tijdig hebben afgerond. Dit geldt zeker voor Nederland. De implementatie vindt in Nederland plaats door de invoering van een nieuwe Telecommunicatiewet. Tot nu toe is het implementatieproces erg intransparant geweest. Het wetsvoorstel is nog steeds niet openbaar. De input die uit het bedrijfsleven is onvoldoende in overweging genomen. Onlangs heeft de Raad van State advies uitgebracht en het uiteindelijke wetsvoorstel is, als ik het goed heb begrepen, gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd. De planning op dit moment is om de nieuwe Telecommunicatiewet eind 2004 in werking te laten treden. Dat is dus veel te laat!

In het zogenaamde "Kabelwetje" is wetgeving opgenomen voor de overgangsperiode waarin het Telecompakket nog niet is geïmplementeerd. Het Kabelwetje regelt alvast de bevoegdheid van OPTA om informatie te verzamelen en te analyseren. Bij de invoering van het nieuwe wettelijke regime zal OPTA hierdoor snel in staat zijn passende verplichtingen op te leggen aan partijen met een aanmerkelijke marktmacht. Echter, deze week heeft de Tweede Kamer besloten de Telecomwet sámen met het Kabelwetje te zullen behandelen.

Al in juni 2001 heb ik de Europese Commissie vragen gesteld in verband met het Kabelwetje. Naar aanleiding van deze vragen heeft de Europese Commissie mij bevestigd dat het wetsvoorstel aangemeld had moeten worden in het kader van de Transparantierichtlijn. Deze verplichting is niet nagekomen! Er heeft dus nog geen toetsing plaatsgevonden van de verenigbaarheid van de voorgestelde maatregelen met het Telecompakket.

Hoofdthema's van de nieuwe Telecommunicatiewet:

> Aanmerkelijke marktmacht:
OPTA kan regels opleggen aan ondernemingen die beschikken over een "aanmerkelijke marktmacht". Het Europees Parlement heeft zich, bij de totstandkoming van het Telecompakket, sterk gemaakt voor de toekenning van een vetorecht aan de Europese Commissie. Deze vetobevoegdheid garandeert dat niet iedere Nationale Regelgevende Autoriteit, zoals OPTA, zonder meer kan doen wat haar goeddunkt. U zult begrijpen dat zolang iedere OPTA zelf de regels volgens eigen visie en cultuur interpreteert, de interne markt nooit tot stad komt.

> Interoperabiliteit:
Er geldt geen resultaatsverplichting meer om tot interoperabiliteit te komen, maar een verplichting om met andere ondernemingen daarover te onderhandelen. Onduidelijk is hoe groot de reikwijdte is van de onderhandelingsplicht die aan ondernemingen wordt opgelegd. Dit leidt tot onzekerheid voor de industrie en voor de consument!

> Consumentenbescherming:

1. Transparantie:
Op dit moment zien de consumenten door de bomen het bos niet meer als het gaat over tarieven en de kwaliteit van mobiele telefoons. Daarbij komen nog de hoge, weinig overzichtelijke kosten van roaming. De verwachting is dat de kosten voor roaming door de invoering van het Telecompakket zullen dalen, evenals de kosten voor bellen van vast naar mobiel en omgekeerd. Telefoonmaatschappijen zullen gedwongen worden hun tarieven zichtbaar te maken, waardoor de consument gemakkelijker kan vergelijken. Verder komt er in iedere lidstaat een duidelijk en makkelijk toegankelijk punt voor klachten van consumenten.

2. Privacy:
"Spamming": volgens de richtlijn moeten gebruikers vanaf nu toestemming geven voordat zij ongevraagd commerciële boodschappen krijgen per e-mail, fax of gsm. Het meest omstreden deel van de richtlijn is de opslag van verkeersgegevens en het bewaren daarvan, langer dan nodig is voor het sturen van een rekening. De privacyrichtlijn bepaalt dat het onderscheppen of controleren van communicatie niet is toegestaan, indien de gebruiker daar geen toestemming voor heeft verleend. Een bewaarplicht om inlichtingendiensten, politie en justitie toegang tot persoonsgegevens te verschaffen is alleen mogelijk indien dit noodzakelijk, redelijk en proportioneel is ter waarborging van de nationale veiligheid of het opsporen en voorkomen van strafbare feiten. Bovendien moeten dergelijke maatregelen in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht. Dat wil zeggen dat de lidstaten voordat zij maatregelen willen treffen ten aanzien van het bewaren van persoonsgegevens, hiervoor verantwoording moeten afleggen aan het parlement van die lidstaat. Deze democratische controle is van groot belang, want wie bepaalt wat noodzakelijk, redelijk en proportioneel is? Deze beperkingen zijn op aandringen van het Europees Parlement in de richtlijn opgenomen.

De termijn van het bewaren van klantgegevens is in Nederland is op dit moment slechts een half jaar. Er bestaan echter plannen om deze tijdslimiet in Nederland op te rekken. Ook op andere punten blijkt dat Nederland haar veiligheidsmaatregelen sterk aan het aanscherpen is. Onder invloed van EU-standaarden, die weer een reactie zijn op 11 september 2001, zijn overheden altijd geneigd staatsveiligheid en terrorismebestrijding boven het recht op privacy voor de burgers te stellen. In mijn visie dient de privacy van Europese burgers juist beter te worden beschermd. Er is sprake van een schending van de privacy van burgers als persoonlijke gegevens langer dan nodig is worden opgeslagen.

Digitale Televisie
Het Europese Telecompakket schept het basiskader, waarbinnen telecommunicatie, elektronische handel en Internet zich de komende jaren zullen ontwikkelen. Telecommunicatie, media en ICT raken steeds meer verweven. Een voorbeeld van deze convergentie is digitale televisie.

Ik heb mij in het Europees Parlement sterk gemaakt voor de Multimedia Home Platform-norm (MHP-norm) als dé (enige) norm voor digitale televisie in Europa. Helaas is bij de totstandkoming van het Telecompakket het opleggen van één norm nog niet gelukt. Wel heeft het Europees Parlement in december 2001 artikel 18 van de Kaderrichtlijn aangenomen. Lidstaten worden hierin verplicht open standaarden en interoperabiliteit te meten 1 jaar na inwerkingtreding van de richtlijn. Op basis hiervan kunnen eventueel nieuwe voorstellen worden voorgesteld.

Inmiddels is de MHP-norm opgenomen in de Lijst van Standaarden. Dit is een goede ontwikkeling. Daarnaast is de Commissie in dialoog met de betrokkenen in de industrie, namelijk de Video Broadcasting Group (DVB), inzake interoperabiliteit. De industrie heeft inmiddels aanzienlijke resultaten geboekt in het onderzoek naar de toepassing van MHP. Te hopen valt dat de Commissie de komende tijd meer daadkracht zal tonen inzake MHP en dat zij de noodzaak van het faciliteren onderschrijft en ondersteunt en haar doelstellingen in daden omzet.

Derde generatie mobiele telefonie (3G)
Het grootste probleem wat betreft 3G-telefonie is dat er in Europa geen gelijk speelveld is doordat er verschillende voorwaarden door de lidstaten gehanteerd worden voor de ontwikkeling van 3G.
In Nederland heeft de methode van verdeling van UMTS-frequenties, namelijk de veilingen, ertoe geleid dat de telecomoperators nu kampen met enorme schulden. Bovendien zullen de hoge prijs van de licentie en het grote aantal aanbieders op de Nederlandse markt tot gevolg hebben dat UMTS binnen de komende vijftien tot twintig jaar niet rendabel zal worden.
Thans kijkt het ministerie van Economische Zaken naar de mogelijkheid om de licenties verhandelbaar te maken. Dat is op zich prima, mits dit in alle lidstaten toegestaan wordt, om consolidatie van de Nederlandse markt te bewerkstellingen. Op dit moment zien Nederlandse (en ook Duitse) ondernemingen zich gehinderd activiteiten samen te voegen omdat het niet toegestaan is meer dan één UMTS-licentie te hebben.
De uitrol op zich is geen probleem omdat GSM en UMTS lang parallel kunnen lopen. De licentie loopt echter na verloop van tijd (2013) af en het is onzeker wat er daarna gebeurt.

Het is van het grootste belang dat regelgevers, dus ook de Nederlandse overheid, die onzekerheid weg nemen. Dit geldt niet alleen voor 3G telefonie, maar voor telecomwetgeving in het algemeen. Bedrijven bouwen hun business case op binnen de randvoorwaarden van de regelgeving. Heldere wetgeving dus, en alleen daar waar noodzakelijk.

  Vorige Home