VVD Eurofractie on-line

EUROPEES PARLEMENT
1999 2004
Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie


2002/0047(COD)

21 februari 2003

ADVIES
van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie aan de Commissie juridische zaken en interne markt inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen.

(COM(2002) 92 – C5 0082/2002 – 2002/0047(COD))

Rapporteur voor advies: Elly Plooij-van Gorsel

PROCEDUREVERLOOP
De Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie benoemde op haar vergadering van 27 maart 2002 Elly Plooij-van Gorsel tot rapporteur voor advies.
De commissie behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 3 juni, 25/26 november 2002, 23 januari en 20 februari 2003.
Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 30 stemmen voor en 21 tegen haar goedkeuring aan de hierna volgende amendementen.
Bij de stemming waren aanwezig: Peter Michael Mombaur (waarnemend voorzitter); Yves Piétrasanta (ondervoorzitter); Jaime Valdivielso de Cué (ondervoorzitter); Elly Plooij-van Gorsel (rapporteur voor advies); Gordon J. Adam (verving Massimo Carraro), Konstantinos Alyssandrakis, Niall Andrews (verving Seán Ó Neachtain overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), Per-Arne Arvidsson (verving Guido Bodrato), Sir Robert Atkins, María del Pilar Ayuso González (verving Godelieve Quisthoudt-Rowohl), Luis Berenguer Fuster, Gérard Caudron, Giles Bryan Chichester, Nicholas Clegg, Dorette Corbey (verving Erika Mann), Willy C.E.H. De Clercq, Marie-Hélène Descamps (verving Dominique Vlasto), Harlem Désir, Concepció Ferrer, Francesco Fiori (verving Angelika Niebler), Per Gahrton (verving Nuala Ahern), Norbert Glante, Alfred Gomolka (verving Konrad K. Schwaiger), Michel Hansenne, Hans Karlsson, Bashir Khanbhai, Efstratios Korakas (verving Fausto Bertinotti overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), Dimitrios Koulourianos (verving Marianne Eriksson), Bernd Lange (verving Gary Titley), Werner Langen, Rolf Linkohr, Eryl Margaret McNally, Elizabeth Montfort, Bill Newton Dunn (verving Colette Flesch), Reino Paasilinna, Paolo Pastorelli, John Purvis, Bernhard Rapkay (verving Carlos Westendorp y Cabeza), Imelda Mary Read, Mechtild Rothe, Christian Foldberg Rovsing, Paul Rübig, Umberto Scapagnini, Ilka Schröder (verving Roseline Vachetta), Esko Olavi Seppänen, Maurizio Turco (verving ... overeenkomstig artikel 153, lid 2 van het Reglement), Claude Turmes, W.G. van Velzen, Alejo Vidal-Quadras Roca, Myrsini Zorba en Olga Zrihen Zaari.

BEKNOPTE MOTIVERING
Octrooi- en auteursrechtelijke bescherming zijn complementair en kunnen elkaar overlappen. Voor computers zou de eigenlijke code (of die nu gelezen wordt door een machine of begrijpelijk is voor de mens) vrijwel altijd onder auteursrechtbescherming vallen, terwijl alle onderliggende technologische ideeën in aanmerking kunnen komen voor octrooibescherming. Een octrooi dat de onderliggende technologische ideeën beschermt, biedt tevens bescherming aan alle uitwerkingen van die ideeën, met inbegrip van uitwerkingen die via software worden geïmplementeerd. Als software dus berust op een onderliggend technisch idee en als dat technische idee door een octrooi beschermd wordt, dan valt de software zowel onder auteursrechtbescherming als onder octrooibescherming.

Het octrooirecht verstrekt de houder van een octrooi voor een in computers geïmplementeerde uitvinding het recht derden te verhinderen gebruik te maken van software die de nieuwe, door hem uitgevonden technologie (zoals omschreven in de octrooiconclusies) bevat.

Zowel in het Gemeenschapsrecht als in de nationale wetgevingen ligt de rechtsbescherming van software op het terrein van de intellectuele eigendom (droit d'auteur, Autorenrecht), net zoals met een literair werk het geval is; de bescherming wordt gewoonlijk niet via een octrooi geregeld, ofschoon artikel 9 van Richtlijn 91/250/EEG octrooibescherming als aanvulling op auteursrechtbescherming expliciet toestaat.

De belangrijkste regeling die op deze materie van toepassing is, is Richtlijn 91/250/EEG betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. Toch is software in het Europese octrooirecht geen onbekende. Het Europees Octrooiverdrag (EOV) sluit alleen computerprogramma's "als zodanig" uit van octrooieerbaarheid (evenals bedrijfsmethoden en bepaalde andere zaken).

Niettemin zijn vele octrooien op het gebied van software en hiermee verband houdende uitvindingen verleend voor machines en werkwijzen op technische gebieden die niet kunnen werken zonder de softwarecomponenten die zij implementeren. De meeste van deze machines en processen houden op dit ogenblik verband met digitale gegevensverwerking, gegevensherkenning en -weergave en informatieverwerking.

Dit heeft geleid tot een debat over de vraag of de grenzen van wat octrooieerbaar is nog voldoende duidelijk zijn en in acht worden genomen, vooral nu de diverse nationale wetgevingen en het Europees Octrooibureau (EOB) niet altijd dezelfde criteria hanteren.

Volgens sommigen is het feit dat het bedrijfsleven in Europa, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, niet de rechtsbescherming via octrooien geniet, nadelig voor zijn expansie en concurrentievermogen. Maar vele waarnemers en leidinggevende industriëlen in de Verenigde Staten onderstrepen de nadelen van softwareoctrooien op hun binnenlandse markt.

Anderzijds vrezen de tegenstanders van elke verwijzing naar software in het octrooirecht dat softwareoctrooien de algemene regel zullen worden, met als gevolgen permanente rechtsonzekerheid omtrent het gebruik van algoritmen en technische oplossingen die op dit ogenblik vrij circuleren, alsmede flessenhalzen die innovatie belemmeren.


De voorgestelde richtlijn zal geen octrooien mogelijk maken voor computerprogramma's "als zodanig". In het algemeen zal niets octrooieerbaar worden dat het niet reeds is. Het doel is alleen de regelgeving te verduidelijken en bepaalde ongerijmdheden in de aanpak van nationale wetgevingen weg te werken.

Duidelijk is evenwel dat de richtlijn, ondanks de beweringen van de Commissie, de weg vrijmaakt voor een ruimer gebruik van octrooien als instrument om computersoftware te beschermen. Twee soorten vragen zijn nog open: is deze actie politiek wenselijk en, als octrooieerbaarheid politiek wenselijk wordt geacht, met welke criteria kan wat octrooieerbaar is zo worden afgebakend dat misbruik en perverse gevolgen worden voorkomen?

Volgens de rapporteur moet het toepassingsgebied van de richtlijn, als deze uiteindelijk wordt goedgekeurd, dan ook strikt worden beperkt tot de ondubbelzinnige gevallen en mogen negatieve gevolgen het nut van de bescherming niet aantasten.

Tot slot dient te worden opgemerkt dat octrooi en auteursrecht niet de enige mogelijke instrumenten zijn voor bescherming: voor ontwerpen, modellen en handelsmerken bestaan specifieke beschermingsregelingen en zelfs op het terrein van de technische uitvindingen bestaat naast het octrooi het soepeler systeem van gebruiksmodellen. Er is dan ook geen conceptuele belemmering voor de ontwikkeling van een ad hoc-beschermingsregeling die afgestemd is op de specifieke kenmerken van computersoftware: vaak is bescherming zonder octrooien goed mogelijk.

AMENDEMENTEN
De Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken en interne markt onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst [1]

Amendementen van het Parlement

Amendement 1
Overweging 5

(5) Om die reden moeten de rechtsregels, zoals ze door de rechtbanken in de lidstaten worden geïnterpreteerd, worden geharmoniseerd en moet het recht betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen transparant worden gemaakt. De daaruit voortvloeiende rechtszekerheid moet de ondernemingen in staat stellen optimaal profijt te trekken van octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen en moet een stimulans zijn voor investeringen en innovatie. (5) Om die reden moeten de rechtsregels betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen worden geharmoniseerd, om ervoor te zorgen dat de daaruit voortvloeiende rechtszekerheid en het peil van de voorwaarden waaraan voor octrooieerbaarheid moet worden voldaan, de ondernemingen in staat stellen optimaal profijt te trekken van hun uitvindingsproces en een stimulans zijn voor investeringen en innovatie.

Motivering

Het doel van een octrooiwet is niet ervoor te zorgen dat de octrooihouders een voordeel genieten: het voordeel dat de octrooihouder wordt verleend is enkel een instrument om het uitvindingsproces te bevorderen, ten bate van de maatschappij als geheel. De voordelen die de octrooihouder worden verleend mogen niet ten koste gaan van dit uiteindelijke doel van de octrooiverlening.

Amendement 12
Overweging 7 bis (nieuw)

 

(7 bis) Het Europees Parlement heeft er diverse malen op aangedrongen dat het Europees Octrooibureau zijn interne regels herziet en bij de uitoefening van zijn functies aan openbare controle wordt onderworpen. In dit verband zouden er met name vraagtekens geplaatst dienen te worden bij de praktijk van het Europees Octrooibureau om zich te laten betalen voor de octrooien die het afgeeft, aangezien dit schadelijk is voor het openbaar karakter van deze instelling.

 

Het Europees Parlement heeft in zijn resolutie1 over het besluit van het Europees Octrooibureau met betrekking tot het op 8 december 1999 verleende octrooi EP 695 351 verlangd dat de interne regels van het Europees Octrooibureau zodanig worden herzien dat gewaarborgd is dat het bij de uitoefening van zijn functies openbare verantwoording kan afleggen.
__________________________
1 PB C 378 van 29.12.2000, blz. 95

Motivering

Het Europees Parlement heeft er in verschillende resoluties al enkele malen op gewezen dat de praktijken van het Europees Octrooibureau hervorming behoeven. Het Europees Octrooibureau is geen instelling van de EU en de verantwoordelijkheid van dit orgaan is in het verleden aan de orde gesteld door het Europees Parlement.

Amendement 3
Overweging 7 ter (nieuw)

 
(7 ter) Software speelt enerzijds een belangrijke rol in tal van bedrijfstakken en biedt anderzijds een fundamentele mogelijkheid tot creatief handelen en expressie. Software vormt ook een technisch vakgebied en is een terrein voor fundamentele menselijke activiteit, met meer dan 10 miljoen professionele sofwareontwikkelaars in de wereld en tientallen miljoenen mensen die in een of andere hoedanigheid software creëren. Onafhankelijke ontwikkelaars en kleine bedrijven spelen een fundamentele rol bij de innovatie op dit gebied. Hieruit volgt dat de maatregelen ter bevordering van investeringen in sterk op software gerichte bedrijfstakken niemand de mogelijkheid mogen ontnemen om actief software te creëren en innovatief te gebruiken, en met name dat de octrooien er niet toe mogen leiden dat de instrumenten voor creatief handelen en expressie alsmede voor de verspreiding en uitwisseling van informatie en kennis worden gemonopoliseerd.
 

Motivering
Spreekt voor zich.

Amendement 4
Overweging 11

(11) Hoewel van in computers geïmplementeerde uitvindingen wordt aangenomen dat ze tot een gebied van de technologie behoren, moeten zij, om op uitvinderswerkzaamheid te berusten zoals uitvindingen in het algemeen, een technische bijdrage tot de stand van de techniek leveren. Schrappen

Motivering

Dit amendement is een logische aanvulling op amendement 9 van de rapporteur. De technische aard van in computers geïmplementeerde uitvindingen moet worden bewezen en kan niet zomaar worden aangenomen.

Amendement 5
Artikel 2, letter a)

a) "in computers geïmplementeerde uitvinding": uitvinding voor de werking waarvan het gebruik van een computer, computernetwerk of een ander programmeerbaar apparaat nodig is en die een of meer op het eerste gezicht nieuwe kenmerken heeft die geheel of gedeeltelijk door middel van een computerprogramma of computerprogramma’s worden gerealiseerd; a) "in computers geïmplementeerde uitvinding": voor toepassing op het gebied van de nijverheid vatbare uitvinding voor de werking waarvan het gebruik van een computer, computernetwerk of een ander programmeerbaar apparaat nodig is en die een of meer nieuwe kenmerken heeft die een technische bijdrage vormen en andere al dan niet nieuwe kenmerken die geheel of gedeeltelijk door middel van een computerprogramma of computerprogramma’s moeten worden gerealiseerd;

Motivering

De oorspronkelijke definitie van octrooieerbaarheid is te ruim. Een in een computer geïmplementeerde uitvinding mag niet als octrooieerbaar worden beschouwd alleen omdat gebruik is gemaakt van een computer of het programma dat op een niet-nieuw programmeerbaar apparaat tot stand is gekomen, nieuw is. Er is ook een technische bijdrage vereist. Het technische aspect is kenmerkend voor een uitvinding, in tegenstelling tot een idee. Dit onderscheid is van erg groot belang, niet alleen vanuit theoretisch juridisch oogpunt, maar vooral om te garanderen dat de mededinging in een economische sector niet wordt belemmerd door de monopolisering van een bepaalde bedrijfsmethode of praktische kennis door een enkele speler op een bepaalde markt.

Amendement 6
Artikel 2, letter b)

b) "technische bijdrage": bijdrage tot de stand van de techniek op een technisch gebied die voor een deskundige niet voor de hand ligt. b) "technische bijdrage": op uitvinderswerkzaamheid berustende bijdrage op een technisch gebied die een bestaand technisch probleem oplost of de stand van de techniek voor een deskundige significant verbetert.

Motivering

De voorwaarden van uitvindingsactiviteit en een verbetering van de stand van de techniek zijn fundamenteel als men octrooien voor triviale "uitvindingen" wil voorkomen.

Amendement 7
Artikel 3

De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding wordt beschouwd als behorende tot een gebied van de technologie. Schrappen.

Motivering

De formulering van het voorstel maakt het simpelweg onmogelijk het technische karakter van een gemelde uitvinding te bespreken. Dat aan deze voorwaarde is voldaan, moet worden bewezen en kan niet zomaar worden aangenomen.

Amendement 8
Artikel 4, lid 1

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding octrooieerbaar is op voorwaarde dat ze vatbaar is voor toepassing op het gebied van de nijverheid, nieuw is en op uitvinderswerkzaamheid berust. 1. De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding alleen octrooieerbaar is op voorwaarde dat ze een technische bijdrage levert in de zin van artikel 2 onder b).

Motivering

Om de formulering van het artikel te laten aansluiten bij die van de voorgaande amendementen.

Amendement 9
Artikel 4, lid 2

2. De lidstaten zorgen ervoor dat een voorwaarde opdat een in computers geïmplementeerde uitvinding op uitvinderswerkzaamheid berust, is dat deze een technische bijdrage levert. Schrappen.

Motivering

Deze formulering wordt als gevolg van de voorgaande amendementen overbodig.

Amendement 10
Artikel 4, lid 3

3. De technische bijdrage wordt beoordeeld door het bepalen van het verschil tussen de omvang van de in haar geheel beschouwde octrooiconclusie, waarvan elementen zowel technische als niet-technische kenmerken kunnen omvatten, en de stand van de techniek. 3. Of de technische bijdrage significante omvang heeft, wordt beoordeeld door het bepalen van het verschil tussen de technische elementen omvat in de omvang van de in haar geheel beschouwde octrooiconclusie en de stand van de techniek. De elementen die door de octrooiaanvrager worden bekendgemaakt gedurende de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag zullen bij de beoordeling van de octrooiconclusie niet worden beschouwd als medebepalend voor de stand van de techniek.

Motivering

Op een snel evoluerend terrein als dat van software en de met software verband houdende industrie, waar de meeste uitvindingen afkomstig zijn van soms erg kleine en jonge bedrijven, die veeleer afhankelijk van kruisbestuiving dan van adviezen van advocatenkantoren, is een soort van "vrije periode" nodig om te voorkomen dat een uitvinder zijn/haar uitvinding afhandig wordt gemaakt, wanneer hij/zij deze een paar weken voor de octrooiaanvraag bekendmaakt, hetgeen vaak gebeurt om de marktinteresse te peilen. Deze vrije periode past in het kader van een debat dat op dit ogenblik op het gebied van het octrooirecht aan de gang is, aangezien een dergelijk concept in bepaalde rechtsstelsels bestaat (met name in de Verenigde Staten), maar niet in de EU-regelgeving, noch in de regels van het Europees Octrooibureau. Als de octrooieerbaarheid van software-uitvindingen in Europa wordt ingevoerd en de uitvinders een soepele regeling met een mogelijkheid van vroege bekendmaking wordt ontzegd, ontstaat er een onnodig knelpunt die nadelig is voor innovatieve kleine en middelgrote bedrijven en voor de samenwerking tussen universiteit en bedrijfsleven.

Amendement 11
Artikel 4, lid 3 bis (nieuw)

  3 bis. Uitsluiting van octrooieerbaarheid
Een in een computer geïmplementeerde uitvinding wordt niet beschouwd als een technische bijdrage louter omdat zij het gebruik van een computer of een ander apparaat impliceert. Evenmin zijn uitvindingen octrooieerbaar waarbij computerprogramma's worden gebruikt die bedrijfsmethoden of wiskundige of andere methoden implementeren, zonder dat deze uitvindingen andere technische gevolgen teweegbrengen dan de behandeling en weergave van informatie binnen een computersysteem of een netwerk.

Motivering

Dat een uitvinding ongeacht haar omvang alleen als uitvinding wordt beschouwd indien zij reële gevolgen heeft voor de werkelijkheid is een fundamenteel beginsel in het octrooirecht, dat al decennialang permanent wordt bevestigd, zowel in de regelgeving als in de rechtspraak.

Amendement 12
Artikel 5, letter a)

De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding kan worden geclaimd als product, dat wil zeggen als een geprogrammeerde computer, een geprogrammeerd computernetwerk of een ander geprogrammeerd apparaat, of als een werkwijze die door zo een computer, computernetwerk of apparaat middels het uitvoeren van software wordt toegepast. a) De lidstaten zorgen ervoor dat een in computers geïmplementeerde uitvinding alleen kan worden geclaimd als product, dat wil zeggen als een geprogrammeerd apparaat of als een technisch productieprocédé.

Motivering

Een octrooi leidt ertoe dat er een economisch monopolie wordt gegarandeerd. Ontwikkeling en innovatie door concurrenten mag daarbij niet in het gedrang komen.

Amendement 13
Artikel 4, letter b) (nieuw)

  b) De lidstaten waken ervoor dat de productie, manipulatie, verwerking, distributie en publicatie van informatie in welke vorm dan ook nooit direct of indirect inbreuk maakt op een octrooi, ook al worden daartoe technische apparaten gebruikt.

Motivering

De termen "productie, manipulatie, verwerking, distributie en publicatie van informatie" zijn toegevoegd om rekening te houden met octrooiaanvragen voor commerciële methoden (in feite informatieverwerking), wat in de Verenigde Staten mogelijk is maar niet in de Europese Unie mag voorkomen. De toevoeging van "ook al worden daartoe technische apparaten gebruikt" moet ervoor zorgen dat het gebruik op een apparaat van wat voor programma dan ook zonder dat sprake is van een technisch procédé, niet als octrooieerbaar beschouwd kan worden. Anders zou elk algemeen programma dat wordt geïmplementeerd in een programmeerbaar apparaat met nieuwe kenmerken als octrooieerbaar beschouwd kunnen worden, wat uitdrukkelijk verboden wordt door het Europese Octrooiverdrag van 1973, zoals trouwens in overweging 7 van het Commissievoorstel wordt vermeld.

Amendement 14
Artikel 5, letters c) en d) (nieuw)

 

c) De lidstaten zorgen ervoor dat het gebruik van een computerprogramma voor doeleinden die niet onder het toepassingsgebied van het octrooi vallen, geen directe of indirecte inbreuk op het octrooi kan zijn.

d) De lidstaten zorgen ervoor dat als in een octrooiconclusie kenmerken worden genoemd die het gebruik van een computerprogramma impliceren, een goed werkende en goed gedocumenteerde referentie-implementering van een dergelijk programma wordt gepubliceerd als onderdeel van de beschrijving, zonder beperkende licentievoorwaarden.

 

Motivering

Een octrooi leidt ertoe dat er een economisch monopolie wordt gegarandeerd. Ontwikkeling en innovatie door concurrenten mag daarbij niet in het gedrang komen.

Amendement 15
Artikel 6 bis (nieuw)

  Artikel 6 bis
De lidstaten zorgen ervoor dat gebruik van een geoctrooieerde techniek met als enig doel de omzetting van de conventies die in twee verschillende computersystemen of netwerken worden gebruikt om communicatie en gegevensuitwisseling tussen beide mogelijk te maken, niet wordt beschouwd als een inbreuk op het octrooi.

Motivering

De mogelijkheid apparatuur te koppelen om interoperabiliteit tot stand te brengen, is een manier om tot open netwerken te komen en misbruik van dominante posities te voorkomen. Dit is specifiek gesteld in rechterlijke uitspraken, met name van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Het octrooirecht mag het niet mogelijk maken dat dit beginsel terzijde wordt geschoven ten koste van de vrije mededinging en van de gebruikers.

Amendement 16
Artikel 7

De Commissie volgt welke invloed in computers geïmplementeerde uitvindingen hebben op innovatie en mededinging, zowel in Europa als internationaal, en op het Europese bedrijfsleven, met inbegrip van de elektronische handel. De Commissie volgt welke invloed de octrooibescherming voor in computers geïmplementeerde uitvindingen heeft op innovatie en mededinging, zowel in Europa als internationaal, en op het Europese bedrijfsleven, met inbegrip van de elektronische handel.

Motivering

Niet de toekenning van het octrooi als zodanig, maar de uitoefening van de octrooibescherming door de octrooihouders zal duidelijk maken welke gevolgen de octrooien voor in computers geïmplementeerde uitvindingen hebben voor innovatie en mededinging.

Amendement 17
Artikel 8, letter c bis) (nieuw)

  c bis) de vraag of de aan het Europees Octrooibureau verleende bevoegdheden stroken met de vereisten voor de harmonisering van de EU-wetgeving, alsmede met de beginselen van transparantie en verantwoording.

Motivering

Spreekt voor zich.

Amendement 18
Artikel 8, letters b) en c)

b) de vraag of de regels betreffende het bepalen van de octrooieerbaarheidseisen, meer bepaald nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en de passende omvang van de conclusies, adequaat zijn; en

c) of zich moeilijkheden hebben voorgedaan met betrekking tot lidstaten waar niet wordt nagegaan of aan de eisen inzake nieuwheid en uitvinderswerkzaamheid wordt voldaan voordat octrooi wordt verleend, en zo ja, of maatregelen wenselijk zijn om deze moeilijkheden te verhelpen.

b) de vraag of de regels betreffende het bepalen van de octrooieerbaarheidseisen, meer bepaald nieuwheid, uitvinderswerkzaamheid en de passende omvang van de conclusies, adequaat zijn;

c) of zich moeilijkheden hebben voorgedaan met betrekking tot lidstaten waar niet wordt nagegaan of aan de eisen inzake nieuwheid en uitvinderswerkzaamheid wordt voldaan voordat octrooi wordt verleend, en zo ja, of maatregelen wenselijk zijn om deze moeilijkheden te verhelpen; en

Motivering

De Commissie dient in haar verslag ook in te gaan op de moeilijkheden die zich eventueel hebben voorgedaan in de verhouding tussen de octrooibescherming voor in computers geïmplementeerde uitvindingen en de bescherming van computerprogramma's uit hoofde van het auteursrecht, zoals omschreven in richtlijn 91/250/EG.

Amendement 19
Artikel 8, letter c bis) (nieuw)

  c bis) eventuele moeilijkheden in de verhouding tussen de octrooibescherming voor in computers geïmplementeerde uitvindingen en de bescherming van computerprogramma's uit hoofde van het auteursrecht, zoals omschreven in richtlijn 91/250/EG.

Motivering

De Commissie dient in haar verslag ook in te gaan op de moeilijkheden die zich eventueel hebben voorgedaan in de verhouding tussen de octrooibescherming voor in computers geïmplementeerde uitvindingen en de bescherming van computerprogramma's uit hoofde van het auteursrecht, zoals omschreven in richtlijn 91/250/EG.


  Vorige Volgende Home