VVD Eurofractie on-line

EUROPEES PARLEMENT
1999 2004
Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie


2003/0169(CNS)
4 november 2003

ADVIES
van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie aan de Economische en Monetaire Commissie
inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat de verlaagde BTW-tarieven betreft
(COM(2003) 397 – C5 0359/2003 – 2003/0169(CNS))

Rapporteur voor advies: Elly Plooij-van Gorsel

PA_Leg

PROCEDUREVERLOOP
De Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie benoemde op haar vergadering van 22 september 2003 Elly Plooij-van Gorsel tot rapporteur voor advies. De commissie behandelde het ontwerpadvies op haar vergaderingen van 7 oktober en 4 november 2003. Op laatstgenoemde vergadering hechtte zij met 34 stemmen voor en 2 tegen haar goedkeuring aan de hierna volgende amendementen. Bij de stemming waren aanwezig: Luis Berenguer Fuster (voorzitter), Yves Piétrasanta (ondervoorzitter), Jaime Valdivielso de Cué (ondervoorzitter), Konstantinos Alyssandrakis, Per Arne Arvidsson (verving Guido Bodrato), Sir Robert Atkins, Ward Beysen (verving Marco Cappato), Gérard Caudron, Giles Bryan Chichester, Concepció Ferrer, Francesco Fiori (verving Dominique Vlasto), Norbert Glante, Michel Hansenne, Malcolm Harbour, Hans Karlsson, Bashir Khanbhai, Rolf Linkohr, Caroline Lucas, Eryl Margaret McNally, Erika Mann, Marjo Matikainen-Kallström, Ana Clara Maria Miranda de Lage, Elizabeth Montfort, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Paolo Pastorelli, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Imelda Mary Read, Mechtild Rothe, Christian Foldberg Rovsing, Paul Rübig, Konrad K. Schwaiger, Esko Olavi Seppänen, Claude Turmes, Alejo Vidal-Quadras Roca en Olga Zrihen Zaari.

BEKNOPTE MOTIVERING

Met het onderhavige voorstel wil de Commissie een vereenvoudiging bereiken van de bestaande communautaire BTW-regelgeving die bij richtlijn 92/77/EEG is ingevoerd. Volgens de huidige voorschriften mogen de lidstaten een of twee verlaagde tarieven toepassen op de goederen en diensten die vermeld staan op een restrictieve lijst. Tijdens het overleg voorafgaande aan de richtlijn is echter een groot aantal specifieke afwijkingen overeengekomen, zodat bepaalde lidstaten andere regels mochten hanteren. Met haar voorstel beoogt de Commissie de huidige regelgeving te vereenvoudigen door deze afwijkingen in één keer of gefaseerd af te schaffen en door de lijst met goederen en diensten waarop de lidstaten een verlaagd BTW-tarief mogen toepassen te wijzigen. Dit betekent niet dat de verlaagde BTW in alle lidstaten zal gelden voor dezelfde goederen en diensten, maar dat alle lidstaten uit dezelfde lijst kiezen wanneer zij een verlaagd BTW-tarief willen toepassen op een bepaald product of een bepaalde dienst.
In verband met de BTW moet worden bedacht dat arbeidsintensieve dienstverlening, zoals kapperswerk, kleine opknapwerkzaamheden aan gebouwen (schilderen, behangen, enz.) en het repareren van schoenen, kleding en fietsen, kenmerken bezit die andere goederen en diensten niet hebben. Ten eerste wordt dit werk vaak verricht door kleine en micro-ondernemingen. Ten tweede worden de diensten lokaal verleend en gebruikt. Het is bekend dat deze kleine en micro-ondernemingen een essentieel onderdeel van de economie vormen en tot een categorie bedrijven behoren die sterker te lijden hebben onder bureaucratische rompslomp, vaak hogere belastingen betalen dan grotere bedrijven en - gezien hun uit de aard van hun dienstverlening voortvloeiende lokale karakter - ook in het nadeel zijn omdat zij niet van schaalvoordelen kunnen profiteren.
In 1998 heeft de Commissie een experiment voorgesteld waarbij gedurende een periode van twee jaar, te beginnen op 1 januari 2000, verlaagde BTW-tarieven konden worden geheven op bepaalde arbeidsintensieve diensten. Dit experiment is later met een jaar verlengd en liep dus op 31 december 2002 af. Negen lidstaten hebben hieraan deelgenomen en aan het einde van de proefperiode een evaluatieverslag ingediend . In haar conclusies over het experiment stelt de Commissie: "... geven de verslagen van de lidstaten geen duidelijk beeld van het effect van de BTW-verlaging op de werkgelegenheid in al de betrokken lidstaten." Aan deze uitspraak zitten twee problemen vast. Ten eerste was in sommige lidstaten het verzamelde cijfermateriaal van matige kwaliteit en lieten de gegevens geen duidelijke conclusies toe. Dit staat bijvoorbeeld duidelijk in het Franse verslag. Ten tweede zijn er wel degelijk positieve effecten gemeten, maar zij verschillen per sector en per land. In Nederland zijn tijdens de projectperiode 2000 nieuwe kappersbanen ontstaan, een sectoriële toename met bijna 6%. Als het project langer had geduurd en de Commissie meer oog had gehad voor nationale en sectoriële verschillen, hadden de conclusies gemakkelijk tegenovergesteld kunnen uitvallen. In de huidige situatie geeft het experiment geen uitsluitsel of er conclusies voor de gehele Gemeenschap getrokken kunnen worden.
In haar nieuwe voorstel wil de Commissie niettemin bepaalde diensten die wel onder het proefproject vielen, schrappen van de lijst met diensten waarop de lidstaten een verlaagd BTW-tarief moegen toepassen. Volgens de rapporteur voor advies moet deze lijst, die in geen enkel opzicht bindend is voor de lidstaten, een zo ruim mogelijk aanbod aan lokale dienstverlening omvatten, d.w.z. diensten die de concurrentie op de interne markt niet verstoren. Het lijkt onredelijk om op basis van een kortlopend experiment met gegevens van beperkte waarde de lidstaten de mogelijkheid van een verlaagd BTW-tarief op dergelijke diensten te ontnemen.
De rapporteur voor advies is ingenomen met de voorgestelde vereenvoudiging van gemeenschappelijke BTW-regels, maar wil tegelijkertijd haar bezorgdheid uitspreken over een eventuele buitensporige beperking van de toepassing van een lagere BTW. Het ontbreekt aan kwalitatief en inhoudelijk materiaal waarmee kan worden aangetoond dat verlaagde BTW-tarieven voor lokale, arbeidsintensieve diensten geen positief effect hebben op de werkgelegenheidssituatie en de maatschappelijke structuur in het algemeen op middellange en lange termijn. Ik spreek de aanbeveling uit het voorstel, met toevoeging van deze sectoren in bijlage H van het voorstel, goed te keuren.

AMENDEMENTEN
De Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Economische en Monetaire Commissie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Door de Commissie voorgestelde tekst Amendementen van het Parlement

Amendement 1
BIJLAGE H, TABEL, PUNT 3
3. Farmaceutische producten van een soort die gewoonlijk gebruikt wordt voor de gezondheidszorg, het voorkomen van ziekten of voor medische en veterinaire behandelingen, met inbegrip van voorbehoedsmiddelen en producten bestemd voor de hygiënische bescherming van de vrouw. 3. Farmaceutische producten van een soort die gewoonlijk gebruikt wordt voor de gezondheidszorg, het voorkomen van ziekten of voor medische en veterinaire behandelingen, met inbegrip van voorbehoedsmiddelen en producten bestemd voor de hygiënische bescherming van de vrouw, alsmede luiers voor baby's en bejaarden.

Motivering

Om maatschappelijke redenen.

Amendement 2
BIJLAGE H, TABEL, PUNT 10 BIS (nieuw)
10 bis. Renovatie, herstel en onderhoud van beschermde gebouwen en gebouwen die vanwege hun architectonische of historische waarde officieel zijn geregistreerd.

Motivering
Met het oog op de instandhouding van het historisch erfgoed van Europa dient voor dergelijke werkzaamheden een verlaagd BTW-tarief te worden gehanteerd.

Amendement 3
BIJLAGE H, TABEL, PUNT 20 BIS (nieuw)
20 bis. Diensten verleend door kappers.

Motivering
Ondanks de onzekerheden die een zeer beperkte looptijd (2 jaar) met zich bracht, heeft de BTW-vrijstelling voor kappers in Nederland een aanzienlijk aantal nieuwe banen opgeleverd.

Amendement 4
BIJLAGE H, TABEL, PUNT 20 TER (nieuw)
20 ter. Levering van butagas in flessen.

Motivering
Om maatschappelijke redenen.


  Vorige Volgende Home