VVD Eurofractie on-line

Nederland heeft baat bij een vrouwelijke Nederlandse Eurocommissaris op een economische portefeuille

Tijdens de Europese top van regeringsleiders die 16 en 17 juni te Brussel plaatsvindt, staat een aantal prioriteiten op de agenda aangaande het toekomstige bestuur van de Europese Unie (EU). De regeringsleiders willen spijkers met koppen slaan wat betreft de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Over de kandidatuur wordt al wekenlang druk gespeculeerd. Nederland heeft hierin niet actief deelgenomen maar er is in ons land nu wel een discussie losgebarsten over de geschikte opvolger van Commissaris Bolkestein. De laatste dagen wordt de naam van minister Veerman genoemd, mede doordat de Franse president Chirac openlijk heeft verklaard de Nederlander graag als Landbouwcommissaris te zien. Onze stelling is echter dat Nederland baat heeft bij een Nederlandse Commissaris op een zware financieel-economische post die bekleed wordt door een vrouw.

De Commissie die in november dit jaar geïnstalleerd zal worden, bestaat uit 25 leden. Het spreekt vanzelf dat het dagelijks bestuur van de Unie uit een significant aantal vrouwen moet bestaan. Prodi's college bestaat voor een kwart uit vrouwen. Dat aandeel dient op zijn minst gehandhaafd en het liefst uitgebreid te worden. Elk aantal beneden de 8 is dus politiek onaanvaardbaar. Het Europees Parlement moet alle kandidaten horen en zijn goedkeuring geven en een behoorlijk percentage vrouwen is hierbij een harde eis. De nieuwe Commissievoorzitter zal dientengevolge grote druk op de lidstaten uitoefenen om vrouwelijke kandidaten naar voren te schuiven, net als Prodi vijf jaar geleden. Bovendien wordt van hem verwacht minstens één vrouw tot vice-voorzitter aan te wijzen. Dat moet een vrouw zijn met een relatief zware post, net als bijvoorbeeld huidig vice-voorzitter De Palacio dat is met de portefeuille Transport & Energie.

Een Nederlandse vrouwelijke kandidaat die de bagage heeft een financieel-economische post te bekleden gooit dus hoge ogen voor het vice-voorzitterschap. Een economische portefeuille op een invloedrijke positie binnen de Commissie is ook juist wat ons land nodig heeft. Landbouw wordt ons voorgeschoteld als een belangrijke post die we binnen moeten halen. Landbouw is echter geen relevant beleidsterrein meer voor Nederland. Het EU-budget voor landbouw bedraagt maar liefst 42% van de totale begroting van €100 miljard. Hiervan kreeg Nederland in 2002 €1,17 miljard, dat is relatief weinig. De succesvolle Nederlandse tuinbouwsector heeft zijn hoge exportpercentage en goede concurrentiepositie bovendien niet te danken aan Europese subsidies want tuinbouw ontvangt geen financiële ondersteuning. De economische waarde van landbouw is voor ons land dus nauwelijks van belang. Daarom voert Nederland consequent beleid om zuinig om te gaan met Europees geld en om het landbouwbudget af te bouwen, zeer tegen de zin van grote lidstaten zoals Frankrijk en nieuwkomer Polen. Nederland heeft dus volstrekt geen baat bij een Commissaris die tussen wal en schip zit, omdat hij de steun geniet van een lidstaat die niets op de landbouwbegroting wil bezuinigen. Ons land heeft juist behoefte aan een Commissaris die in de positie zit een slinger te geven aan economisch beleid dat broodnodig gevoerd moet worden om de Lissabon-doelstellingen te halen. Een vrouwelijke kandidaat maakt daarbij de meeste kans om zo'n portefeuille zeker te stellen.

Want hoeveel vrouwen zullen door de lidstaten naar voren geschoven worden? Bitter weinig, zoals het er nu naar uitziet. Van de tien nieuwe Commissarissen die na de uitbreiding door het Europees Parlement zijn gehoord en goed bevonden, zijn er drie vrouw. Rest ons te kijken naar de overige vijftien landen. De Zweedse Milieucommissaris Wallström heeft aangegeven haar termijn te willen verlengen. Namens Spanje, Griekenland en Frankrijk hebben onlangs nog mannelijke Commissarissen de vacatures opgevuld die waren ontstaan als gevolg van verkiezingen in die lidstaten en zij zullen waarschijnlijk mogen blijven, net als de Duitser Verheugen en Italiaan Monti. De algehele balans opmakend, komen wij tot de conclusie dat slechts een klein aantal lidstaten nog in staat is een vrouw te leveren, waaronder Nederland. Van deze schaarste kan Nederland gebruik maken door de vice-voorzitterspost te eisen. Dus Nederland, let op uw zaak, stuur één van uw sterke vrouwen naar Brussel!

Elly Plooij- van Gorsel is europarlementariër namens de VVD

Tineke Zuurbier is politiek assistent voor de VVD- Eurofractie

  Vorige Volgende Home