VVD Eurofractie on-line

Bijdrage Telecombrief, 16 mei 2003

door Elly Plooij- van Gorsel

Er moet in de Europese Unie één standaardnorm voor digitale televisie komen om consumenten optimaal profijt en producenten maximale zekerheid aangaande interoperabiliteit te bieden. Interoperabiliteit betekent dat elke dienst op elk ontvangsttoestel afgepeeld of gelezen kan worden, of dat nu een televisie, of een personal computer is. Het spreekt dus voor zich dat interoperabiliteit een voorname rol speelt in de vervolmaking van e-Europe en de informatiemaatschappij.
Binnen het Digital Video Broadcasting Project (DVB) heeft men nu een standaard ontwikkeld voor een zogenaamde Application Programming Interface, de applicatie die het mogelijk maakt om digitale inhoud ('content') af te spelen op elk type ontvanger. Deze standaard heet Multimedia Home Platform (MHP). Zo'n enkelvoudige technische standaard als MHP zal de interoperabiliteit sterk bevorderen. Het grootste voordeel van MHP is dat het een technologie-neutrale norm is. Dat heeft als belangrijk gevolg dat de consument niet een hele reeks set-top-boxen hoeft aan te schaffen om zijn toegang tot digitale inhoud te optimaliseren. Verder is MHP een open standaard, wat betekent dat bedrijven vrij MHP programma's of MHP-ontvangers op de markt kunnen brengen en met elkaar op gelijke voet kunnen concurreren.
Daarnaast bestaat er in de industrie op dit moment teveel onzekerheid over welke standaard te hanteren. De contentindustrie zou gebaat zijn bij een enkelvoudige standaard opdat de business case van de aangeboden dienst een sterker fundament krijgt en eerder begrepen wordt door de consument. Bovendien zal de productie van nieuwe digitale programma's beduidend sneller op gang komen en daarmee de beschikbaarheid van een rijk programma-aanbod voor de consument. Een bedrijf kan geen diepte-investeringen doen als er geen standaard is. Hardwareproducenten zien zich niet voldoende geprikkeld toepassingen voor digitale TV op de markt te brengen. Het gevolg daarvan is dat softwarematige toepassingen de markt zullen domineren, wat monopolisering door grote softwarebedrijven in de hand werkt.
De waarde van standaardisering binnen elektronische communicatiediensten is bewezen door de GSM-standaard voor mobiele telefonie. Met dank aan GSM weten fabrikanten wat de verwachtingen van de consument zijn en is het helder welk type mobieltjes kans van slagen heeft op de afzetmarkt. Voor de contentindustrie van digitale TV ligt dat op dit moment heel anders. Contentproviders worden met vier verschillende standaarden geconfronteerd. Dat heeft tot gevolg dat de producent aarzelt met investeren waardoor de contentproductie minimaal blijft, er onvoloende programma's op de markt komen en consumenten niet snel over zullen gaan op het gebruik van interactieve TV. En dat is jammer, want digitale TV maakt een essentieel onderdeel uit van e-Europe en de informatiemaatschappij. De ontwikkelingen in digitale toepassingen zijn innovaties die we vanuit Europa willen stimuleren: we willen immers per 2010 de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie zijn. Onze Europese audiovisuele sector loopt op dit moment echter door gebrek aan heldere regels ver achter bij de VS terwijl Amerikaanse producenten ondertussen de gaten in de Europese markt vullen.
Om zoveel mogelijk aan de onzekerheid tegemoet te komen, heeft een grote groep hardwareproducenten, uitzenders en operators een Europees memorandum ondertekend waarin zij onder andere toezeggen op MHP over te stappen. Deze stap kan aan betekenis winnen als zij tot harde regelgeving wordt gemaakt. Het Europees Parlement heeft zich dan ook altijd sterk gemaakt om MHP als norm verplicht te stellen. Tijdens de behandeling van de Kaderrichtlijn voor elektronische communicatienetwerken- en diensten heeft het EP erop gehamerd MHP als norm voor digitale TV op te nemen. Helaas heeft de Raad van Ministers dit punt niet overgenomen en is het dus geen wetgeving geworden. Dit vind ik een gemiste kans voor Europa omdat een gemeenschappelijke standaard de hoogste mate van consumenten- en producentenvertrouwen kan bewerkstelligen.
Vanuit de Europese kabelindustrie gaan echter inmiddels geluiden op die betwisten dat interoperabiliteit bij een algemene standaard gebaat is. De European Cable Communications Association (ECCA) heeft in een rapport kenbaar gemaakt dat interoperabiliteit geen commercieel haalbaar doel is omdat er veel verschillen zijn tussen de systemen voor digitale TV. Dat brengt met zich mee dat er meerdere obstakels zijn op de weg naar interoperabiliteit, en ECCA is van mening dat een verplichte enkelvoudige norm als MHP slechts één manier is om die barrières te slechten.
De argumentatie van de kabelindustrie klinkt op zich heel plausibel maar kan mij geenszins overtuigen omdat de praktijk reeds het tegendeel heeft bewezen. In de Verenigde Staten is het gebruik van één standaard met succes toegepast en dat biedt een welkome aansporing om in Europa ook tot standaardisering over te gaan om de 'digital divide' te overbruggen.
Hoewel het niet gelukt is om MHP als standaard voor digitale TV verplicht te stellen door middel van de Kaderrichtlijn, blijft het Europees Parlement druk uitoefenen op de Europese Commissie en de lidstaten om MHP als standaard in Europa te hanteren. De richtlijn bepaalt echter wel dat lidstaten de leveranciers van software en hardware voor digitale interactieve TV-diensten moeten aanmoedigen een open interface te gebruiken om zo de interoperabiliteit te bevorderen. In september 2002 heeft het Parlement dan ook een resolutie aangenomen waarin gezegd wordt dat MHP op dit moment de enige norm is die aan de bepaling van de richtlijn voldoet. Verder bepaalt de richtlijn dat de Commissie een lijst publiceert van normen die geharmoniseerd aanbieden van elektronische communicatiediensten bevordert om interoperabiliteit de waarborgen. De MHP-norm is inmiddels in deze lijst opgenomen.
Er zijn dus al enkele stappen gezet naar deze broodnodige gemeenschappelijke norm voor interactieve TV. Desalniettemin ben ik van mening dat er vanuit Europa hardere regelgeving uitgevaardigd kan worden die consumenten meer vertrouwen en producenten meer zekerheid biedt. Een dergelijke maatregel brengt ons dichter bij de Europese informatiemaatschappij voor iedereen.

Elly Plooij- van Gorsel is Europarlementariër (VVD) en telecomwoordvoerder van de liberale fractie in het Europees Parlement.

Tevens is zij oprichter en vice-voorzitter van de European Internet Foundation en lid van de Raad van Advies van EPN (Platform voor de Informatiesamenleving)


  Vorige Volgende Home