VVD Eurofractie on-line

Column EP monitor

door Elly Plooij- van Gorsel (VVD Eurofractie)

8 mei, 2003

Verandering van spijs doet eten, en dat bleek vandaag eens te meer. Mijn werkzaamheden vonden zich op het kantoor te Brussel plaats en waren buitengewoon gevarieerd. Ik vind dat heerlijk, want dat houdt je scherp, je steekt er veel van op en ik heb zonder een enkele kink in de kabel de eindstreep van mijn agenda van vandaag gehaald. Een prima werkdag, kortom.

De betrekkingen tussen de EU en VS draag ik immer een warm hart toe en ik trad vanochtend dan ook in alle vroegte enthousiast aan bij een ontbijtvergadering van het 'Transatlantic Policy Network' (TPN). TPN is een club waar leden van het Amerikaanse Congres, europarlementariërs en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bijeenkomen. Dit instituut drijft op een strakke organisatie en wederzijds respect van de leden jegens elkaar, wat de vergaderingen altijd buitengewoon effectief en dynamisch maakt. Op dit moment is de transatlantische relatie door het militaire ingrijpen in Irak nogal gespannen, en dat betreur ik ten zeerste. De veiligheidskwesties dreigen de economische relatie ernstig aan te tasten en dat is geen goede zaak, ook niet voor het Nederlandse bedrijfsleven. Natuurlijk vliegen mijn Amerikaanse collega's en ik niet voor elke bijeenkomst heen en weer, maar bij de regelmatige bijeenkomsten in Brussel zijn doorgaans wel vertegenwoordigers van Amerikaanse bedrijven aanwezig. Deze ochtend de directeur van een groot softwarebedrijf. Dat ligt helemaal in mijn straatje omdat ik namens de liberale fractie de woordvoerder ben van informatie- en communicatietechnologieën.

The transatlantische betrekkingen indachtig ren ik vervolgens door naar de fractievergadering van de ELDR, de liberale fractie. Fractievergaderingen vinden altijd de week voor de plenaire zittingen plaats om de agenda van die zitting door te nemen en standpunten te bepalen. Deze ochtend is Eurocommissaris Lamy aanwezig en ik maak van de gelegenheid gebruik om hem aan zijn jasje te trekken over een aantal zaken die uiteenlopen van het conflict over Amerikaanse subsidies aan de staalindustrie tot de toekomstige rol van het Europees Parlement aangaande het Europese handelsbeleid. Wij willen meer zeggenschap, en Lamy is het daar wel mee eens. De Raad van Ministers zal echter meer bedenkingen hebben, dus ik hoop dat onze Europese denktank over de toekomst van de EU, de Conventie, een lans voor ons weet te breken. De Raad wordt immers gedreven door nationale belangen van de lidstaten wat de vooruitgang in Europa zelden ten goede komt.

Ik heb maar liefst twee spreekbeurten vandaag en één daarvan gaat over de octrooieerbaarheid van software. Een zeer technisch en juridisch onderwerp, dat laat zich raden. Het EP stemt in juni over dit onderwerp, en namens de parlementaire commissie Industrie heb ik een opinie gegeven op het voorstel van de Europese Commissie. Ik vind dat rechtszekerheid en harmonisering binnen de EU essentieel zijn, zonder overbodige regeltjes uiteraard. De Groene fractie heeft mij uitgenodigd om deze ochtend op hun conferentie mijn opinie uiteen te zetten. De conferentie blijkt druk bezocht, met name door vertegenwoordigers uit het Europese midden- en kleinbedrijf. Aanvankelijk stuit ik op een muur van onwil bij dit MKB. Zij willen überhaupt geen regelgeving maar ik blijf uitleggen dat de richtlijn er hoe dan ook komt. Wat ik probeer te doen is ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk balans is in de verschillende belangen en overregulering te voorkomen. Mijn argumentatie sorteert uiteindelijk effect en de toehoorders tonen meer begrip, zij het terughoudend.
Ratio omnia vincit.

Mijn tweede oratie is voor een groep van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) die hier in Brussel op bezoek is. De groep wil weten wat het Parlement van plan is om Europees onderzoeksbeleid te bevorderen, maar ik draai het om. Ik wil van het NWO weten wat zij gaan doen met de regels die het Europees Parlement reeds uitgevaardigd heeft om Europees onderzoek te realiseren. Het EP heeft namelijk wetgeving aangenomen die ERANET lanceert, een netwerk tussen de lidstaten om samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek te bevorderen. De coördinatie hiervan ligt in Nederland bij NWO. De behandeling in het Parlement van ERANET verliep erg vlot, dat geeft wel aan dat er brede steun is voor Europees onderzoek. Ik hoop dan ook van harte dat de lidstaten deze mogelijkheden aangrijpen om onderzoek en ontwikkeling in Europa op een hoger plan te brengen. Dat is meer dan noodzakelijk om de Europese kenniseconomie en dus Europese welvaart te bevorderen.


  Vorige Volgende Home