![]() |
||
VVD Eurofractie on-lineInfo-brief aan de VVD KC-Leiden Januari 2003 UIT HET EUROPEES P@RLEMENT Op 14 december 2002 heeft de Europese Unie op haar uitbreidingstop in Kopenhagen met succes de onderhandelingen afgerond over de toetreding van tien nieuwe lidstaten. Na ratificatie van het uitbreidingsverdrag kunnen Polen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Malta en Cyprus op 1 mei 2004 tot de EU toetreden. Per deze datum telt het nu al machtigste handelsblok ter wereld 25 lidstaten in plaats van 15. De toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië gaan gewoon verder. Voorzien is dat deze twee landen in 2007 kunnen toetreden. Momenteel wordt door juristen de laatste hand gelegd aan het ontwerp-toetredingsverdrag. Daarna zal het Europees Parlement opnieuw aan zet zijn. Het Parlement moet in februari instemmen met de toetreding de van nieuwe lidstaten. Het zal de kandidaten afzonderlijk beoordelen en kan dus in beginsel per land 'ja' of 'nee' zeggen. Vervolgens zijn de nationale parlementen van de lidstaten en de kandidaat-landen aan de beurt. Ook zij moeten het verdrag goedkeuren. Het toetredingsverdrag zal volgens de planning op 16 april 2003 worden ondertekend. Dit gebeurt in Athene, hoofdstad van Griekenland, het land dat komend halfjaar het EU-voorzitterschap bekleedt. Op 1 mei 2004 moet het toetredingsverdrag geratificeerd zijn door de vijftien oude en de tien nieuwe lidstaten. In de meeste EU-landen doen de parlementen dat; in negen van de tien kandidaat-landen zijn referenda voorzien. Als die hobbel is genomen, treedt het verdrag officieel in werking. De nieuwe leden krijgen vervolgens op 1 mei 2004 direct een vertegenwoordiger in de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Ze doen als volwaardig EU-lid mee aan de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni 2004. Ook nemen de nieuwe leden deel aan de Intergouvernementele Conferentie, een beraad dat waarschijnlijk in 2004 zal plaatsvinden teneinde een nieuw bestuur van de Unie op te zetten. Het belangrijkste onderwerp waarover in Kopenhagen is gesproken is de vraag of additionele middelen beschikbaar worden gesteld aan de kandidaat-lidstaten, en zo ja hoeveel. De regeringsleiders van de kandidaat-landen probeerden tot het laatste ogenblik gunstiger financiële voorwaarden van de EU af te dwingen. De regeringsleiders van de EU kwamen uiteindelijk over de brug met 300 miljoen euro extra voor de periode 2004 tot 2006, plus ingenieuze financiële constructies die niet ten koste van de EU-begroting gaan. De Nederlandse premier Jan Peter Balkenende, die het Nederlandse standpunt verdedigde dat Nederland tot 2006 niet meer dan 39,3 miljard euro voor de uitbreiding zou betalen, stemde uiteindelijk in met 40,8 miljard. Polen, de grootste van de tien nieuwe lidstaten, heeft bij de onderhandelingen in Kopenhagen tot het laatste moment dwarsgelegen. De Poolse premier Miller wilde pas wijken nadat hij extra inkomenssteun voor Midden- en Oost-Europese boeren, flexibeler melkquota en meer geld voor grensbewaking had geïncasseerd. Ook mag Polen 1,2 miljard euro, bestemd voor economische steun in 2005 en 2006, al in 2004 besteden om zijn belabberde financiën op orde te brengen. Tot een veel lager bedrag mogen andere nieuwkomers dezelfde operatie uitvoeren. Dat brengt ons bij een ander heikel punt waar de regeringsleiders in Kopenhagen over spraken, namelijk het landbouwbeleid. Boeren in de Europese Unie krijgen inkomenssteun. De vrees bestaat dat de uitgaven na uitbreiding door directe inkomenssteun aan overwegend Poolse boeren uit de hand zal lopen. De Nederlandse regering eist daarom al enige tijd, samen met Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, een grondige hervorming van het Europees landbouwbeleid. De wens tot hervorming voordat de nieuwe lidstaten zullen toetreden sneuvelde al op de top van Brussel. Wel kwam er een op voorspraak van Nederland aangescherpt plafond voor de EU-landbouwuitgaven na 2006, wanneer de huidige financiële afspraken aflopen, op het huidige niveau van zo'n 40 miljard euro per jaar. Dat dwingt volgens deskundigen landbouwhervormingen af, omdat het beschikbare geld straks over veel meer lidstaten verdeeld zal moeten worden. In mijn visie is een strikte handhaving van de toetredingscriteria van groot belang. Deze criteria zijn niet voor niets geformuleerd en een zorgvuldige toetsing van alle kandidaten aan deze toetredingsvoorwaarden is noodzakelijk om de Unie en haar bestuur niet te ontwrichten. Polen loopt nog steeds achter wat betreft overname van fundamentele EU-regel- en wetgeving en was hekkensluiter in de onderhandelingen. Vooral op de terreinen van liberalisering van staatsbedrijven, effectieve rechtshandhaving en goed bestuur is weinig vooruitgang geboekt. Dit zijn stuk voor stuk belangrijke voorwaarden voor een succesvolle toetreding. Een ander land waar nog steeds grote zorgen bestaan over de overname van de regelgeving op gebieden die onmisbaar zijn voor de interne markt is Slowakije. Effectief en goed bestuur loopt nog ver achter bij de standaard die van een EU-land mag worden verwacht, waarbij vooral de nog altijd aanwezige corruptie een bijzonder groot probleem vormt. Positief punt is dat VVD-fractievoorzitter Gerrit Zalm in Brussel van Eurocommissaris Verheugen de toezegging heeft gekregen dat een scherpere controle zal plaatsvinden op de tekortkomingen die de kandidaat-landen nog vertonen op het punt van de toetredingscriteria. In de periode tot hun toetreding zal de Europese Commissie in de gaten houden of de kandidaat-lidstaten zich aan de afspraken houden en de Europese wetgeving naar behoren uitvoeren. Hierover zal de Commissie in november 2003 rapporten uitbrengen. Naast een algemene economische vrijwaringclausule komen er specifieke vrijwaringclausules op het terrein van Binnenlandse Zaken en Justitie en op het terrein van de interne markt. Dit betekent dat de kandidaat-landen op deze terreinen pas volledig kunnen deelnemen aan de Unie als zij daadwerkelijk voldoen aan alle toetredingscriteria op deze onderwerpen. Zo wordt extra druk uitgeoefend op de regeringen van de kandidaat-lidstaten om de benodigde hervormingen door te voeren. Op de Top van Kopenhagen werd ook de bijzondere beslissing genomen over het politiek zeer gevoelige punt van de toetreding van Cyprus. Cyprus voldoet grotendeels aan de politieke en economische criteria en Brussel zou graag zien dat het eilandstaatje op 1 mei 2004 in z'n geheel tot de Unie toetreedt, samen met de negen overige kandidaten. Maar Cyprus is nu nog verdeeld: Turkije houdt sinds 1974 de noordelijke helft van het eiland jaar bezet. De Turks- en Grieks-Cypriotische onderhandelingsdelegaties hebben nog geen overeenstemming bereikt over een plan van de Verenigde Naties voor de hereniging van het verdeelde Cyprus. Eerder is terecht betoogd dat Cyprus in haar geheel buiten de Unie moest blijven totdat overeenstemming is bereikt. Dit om verschillende redenen. Men denke bijvoorbeeld aan de vraag hoe de grens van het zuidelijke deel voor het noordelijke deel gesloten gehouden zal worden. Deze situatie kan zich voordoen wanneer alleen het zuidelijke (Griekssprekende) deel van Cyprus lid toetreedt op 1 mei 2004. In Kopenhagen is besloten dat, indien deze overeenstemming op 1 mei 2004 nog steeds niet is bereikt, het noordelijk (Turkssprekende) deel van het eiland buiten de Unie blijft, totdat overeenstemming wordt bereikt. Ook de toetreding van Turkije is een zeer gevoelig onderwerp. Turkije wordt de komende jaren door de Europese Commissie beoordeeld op de criteria die de Unie voor toetreding hanteert. Het gaat er daarbij om dat een land een stabiele democratie heeft, er rechtszekerheid is en mensenrechten en minderheden worden gerespecteerd. Dan zijn er ook nog de economische criteria. In december 2004 toetst de dan uitgebreide EU van 25 landen de vorderingen. Als die voldoende blijken, zullen in 2005 de toetredingsonderhandelingen met Turkije beginnen. De VVD-Eurofractie heeft haar twijfels over de toetreding van Turkije tot de Unie. De vraag gaat verder dan of Turkije wel of niet voldoet aan de formele criteria. Turkije zal het op één na grootste land van de Unie worden. Dat betekent nogal wat. De invloed die de zeventig miljoen Turken zullen gaan uitoefenen binnen de Europese Unie, zowel op sociaal als economisch vlak, moet niet worden onderschat. Bovendien: een groot deel van het land ligt buiten Europa. We moeten ons afvragen waar de grenzen van de Europese Unie liggen en of Turkije niet beter genoegen zou nemen met de status die zij momenteel heeft. Volgens de Kopenhagen-criteria moet een nieuwe lidstaat van de Europese Unie tenminste de democratische rechtsorde en het vrije marktmechanisme respecteren. Iedere lidstaat moet aan die criteria voldoen, maar dat betekent niet dat iedereen die aan de criteria voldoet daarmee ook in de EU moet. Voordat onderhandelingen worden gevoerd met Turkije over de eventuele toetreding moet eerst een principiële discussie plaatsvinden over het karakter van de EU. Het zou goed zijn als ook binnen de Tweede Kamer en zeker binnen de VVD de discussie over de grenzen van Europa wordt gevoerd. Anders zijn we weer te laat. De Nederlandse burger mag niet voor een voldongen feit worden gesteld, maar dient betrokken te zijn in het debat over het soort Unie dat Europa wil zijn. Daarbij is informatievoorziening over de Europese Unie van groot belang. Tot op heden is die informatievoorziening erg gebrekkig en ook de rol van de Tweede Kamer daarin laat veel te wensen over. Zoals Prof. R. van Schendelen, politicoloog te Rotterdam, al aangaf: Haagse politici houden zich met dorpsonderwerpen bezig. Maar de wereld bestaat uit meer dan Nederland alleen. Het is de hoogste tijd dat de Haagse politiek bij de Europese les wordt betrokken en daarin ook haar verantwoordelijkheid neemt naar de burgers toe. Van mijn kant zal ik in ieder geval ook proberen u zo goed mogelijk op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in Europa. De volgende keer zal ik verder ingaan op de consequenties voor de eurozone. Door Elly Plooij-van Gorsel, lid van het Europees
Parlement voor de VVD
|
||